GPSR voor webshops: welke productinformatie verplicht is
De algemene productveiligheidsverordening kreeg bij haar invoering weinig aandacht, omdat ze klonk als iets voor fabrikanten. Dat is ze niet. Ze legt concrete verplichtingen bij iedereen die producten aan consumenten verkoopt, en de zichtbaarste daarvan staat op je productpagina: wie heeft dit gemaakt, en wie is er in de EU verantwoordelijk voor.
Kort antwoordVerordening (EU) 2023/988 geldt rechtstreeks sinds 13 december 2024. Op elke productpagina horen de fabrikant of de verantwoordelijke persoon in de EU te staan, met contactgegevens, een productidentificatie zoals een batchnummer, en eventuele veiligheidswaarschuwingen in het Nederlands. De NVWA houdt toezicht.
Voor wie geldt dit?
De verordening werkt rechtstreeks in alle lidstaten, dus er is geen Nederlandse wet die haar omzet. Ze geldt voor vrijwel elk consumentenproduct, nieuw en tweedehands, dat niet al door een eigen productverordening wordt gedekt. Ook producten die eigenlijk voor professioneel gebruik zijn ontworpen maar bij consumenten terechtkomen, vallen eronder.
De verplichtingen liggen niet alleen bij fabrikanten. Importeurs, distributeurs, fulfilmentdienstverleners en online marktplaatsen hebben elk hun eigen rol. Voor een webshop is de vraag welke rol je hebt: verkoop je producten van een Europese fabrikant, dan ben je distributeur; haal je ze rechtstreeks van buiten de EU, dan ben je vaak importeur, met zwaardere verplichtingen.
Wat moet er per product op je pagina staan?
Dit is het onderdeel dat direct zichtbaar is voor een klant en voor een toezichthouder. Bij verkoop op afstand moet de volgende informatie bij het aanbod staan, dus vóór de koop en niet pas op de verpakking.
- Naam, geregistreerde handelsnaam of handelsmerk van de fabrikant, met postadres en e-mailadres.
- Bij producten van buiten de EU: dezelfde gegevens van de verantwoordelijke persoon in de EU.
- Een aanduiding waarmee het product identificeerbaar is, zoals een type-, partij- of serienummer, en een afbeelding.
- Waarschuwingen en veiligheidsinformatie, in het Nederlands als je in Nederland verkoopt.
Voor een winkel met een paar honderd producten is dit een aanzienlijke klus in je productdata. Het is ook een klus die zich beperkt tot je productfeed: als de gegevens daar eenmaal goed in staan, verschijnen ze overal waar je verkoopt.
Wat houdt de eis van traceerbaarheid in?
Naast de zichtbare productinformatie vraagt de verordening om iets wat niemand ziet tot het misgaat: je moet de keten kunnen reconstrueren. Wie heeft je dit product geleverd, wanneer, en aan welke klanten heb je het verkocht.
Praktisch betekent dat: bewaar inkoopfacturen en productdocumentatie, en zorg dat je bestelhistorie op productniveau doorzoekbaar is. Blijkt een partij onveilig, dan moet je binnen korte tijd kunnen bepalen wie hem heeft gekocht en die mensen kunnen bereiken. Een systeem waarin je alleen op bestelnummer kunt zoeken, volstaat daarvoor niet.
Wat doe je als een product onveilig blijkt?
Ontdek je dat een verkocht product onveilig is, dan moet je twee dingen tegelijk doen: de NVWA informeren en de betrokken consumenten actief benaderen. Passief een bericht op je website zetten voldoet niet als je weet wie het product heeft gekocht.
Weet je van een ongeval met een product dat je hebt verkocht, dan informeer je de fabrikant. Die heeft op zijn beurt een meldplicht. Deze keten werkt alleen als iedereen zijn deel doet, en de schakel die in de praktijk ontbreekt is meestal de webshop die dacht dat het niet over hem ging.