Wettelijke garantie: geen termijn maar een verwachting
Vraag tien webshophouders naar de wettelijke garantie en negen noemen een termijn. Dat is precies de reden dat dit onderwerp zo vaak misgaat: de wet kent geen termijn. Hij kent een verwachting, en die is bij een koelkast anders dan bij een telefoonhoesje. Wie in zijn voorwaarden een vaste termijn zet, beperkt daarmee onbedoeld een recht dat hij niet mag beperken.
Kort antwoordDe wettelijke garantie is geen termijn maar een recht: een product moet de eigenschappen hebben die de koper ervan mocht verwachten. Hoe lang dat meebrengt, hangt af van het product en de prijs. In het eerste jaar na levering wordt een gebrek vermoed al bij aflevering te hebben bestaan. Een fabrieksgarantie komt hier bovenop en vervangt het nooit.
Waarom is er geen vaste garantietermijn?
Artikel 7:17 BW bepaalt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Wat de koper mag verwachten hangt af van de aard van de zaak en van de mededelingen die jij erover hebt gedaan. Dat maakt de norm rekbaar, en dat is de bedoeling: een goedkope waterkoker en een dure espressomachine horen niet dezelfde levensduur te hebben.
De veelgehoorde twee jaar komt uit de Europese richtlijn, die lidstaten toestaat een minimumtermijn te hanteren. Nederland heeft daar niet voor gekozen en houdt de open norm aan, die in de praktijk vaak gunstiger is voor de consument. Wie in zijn voorwaarden 'twee jaar wettelijke garantie' schrijft, beperkt dus mogelijk een ruimer recht.
Waar draait de bewijslast om?
Het onderscheid dat er in de praktijk toe doet, is niet hoe lang het recht duurt maar wie wat moet bewijzen.
- Eerste twaalf maanden na levering: het gebrek wordt vermoed al bij aflevering te hebben bestaan. Jij moet aantonen dat dat niet zo is.
- Daarna: de klant moet aannemelijk maken dat het gebrek al bestond bij levering. Bij een fabricagefout die zich pas later toont, kan dat prima lukken.
Die omkering is geen einddatum. Een televisie die na drie jaar uitvalt door een bekende constructiefout, is nog steeds non-conform. Het wordt alleen moeilijker om dat aan te tonen.
Wat kan de klant eisen, en in welke volgorde?
De consument kiest tussen herstel en vervanging, tenzij zijn keuze onmogelijk of onevenredig duur is. Pas als herstel of vervanging niet lukt, te lang duurt of aanzienlijk ongemak geeft, komt prijsvermindering of ontbinding in beeld.
Alle kosten die met herstel te maken hebben zijn voor jou: verzending, onderdelen, arbeid. Je mag daar geen bijdrage voor vragen en je mag de klant ook niet doorverwijzen naar de fabrikant als manier om er zelf onderuit te komen. Hij heeft de koop met jou gesloten.
Welke formuleringen houden geen stand?
Deze formuleringen komen veel voor en zijn stuk voor stuk ongeldig tegenover een consument.
- 'De garantie bedraagt één jaar.' Beperkt een dwingend recht.
- 'Na de garantieperiode zijn alle kosten voor de klant.' Suggereert dat het recht eindigt op een datum.
- 'Voor garantie kunt u zich wenden tot de fabrikant.' Verplaatst een verplichting die op jou rust.
- 'Garantie vervalt bij het openen van de verpakking.' Verwart garantie met herroepingsrecht.
- 'Zonder aankoopbewijs geen garantie.' Een aankoopbewijs helpt, maar het bewijs mag ook op andere manieren geleverd worden.